|
Het is waarschijnlijk te wijten aan de hoge temperaturen, maar toch vooral het slechte bed, dat ik erg slecht geslapen heb. Niet alleen kun je elke veer in het matras in je rug voelen steken, maar het bed is ook nog eens zo kort, dat mijn voeten er een flink stuk uitstaken! Heb ik een Hobbit-kamer in herberg The Prancing Pony geboekt, was mijn eerste gedachte. Toen ik de volgende ochtend de douche in stapte, werd die gedachte nog eens bevestigd. Het douchegordijn hangt zo laag dat je er noodgedwongen op moet staan en ik er ruimschoots overheen kon kijken. Als of dat nog niet genoeg was bleek de doucheslang zo kort dat ik aanzienlijk moest bukken om mijn hoofd er onder te krijgen. Als sluitstuk bleek het douchegelpompje slechts een druppel per keer te geven en bovendien na 3 pompjes kapot. Het beloofde een aardige pechdag te worden.
Tijdens het niet geheel slechte ontbijt aanschouw ik geamuseerd hoe een zwetende, in zichzelf pratende bediende zich druk maakt over het wegblijven van een stel Engelse fietsers die uiteindelijk binnen komen als ik uit wil checken. Mijn trein gaat al snel en dus sla ik tot twee keer ongeduldig op de bel tot uiteindelijk dezelfde man opduikt en mij geagiteerd uitcheckt.
Mocht u niet geïnteresseerd zijn in mijn reiscapriolen naar Toulouse, dan raad ik aan de volgende 3 alinea’s over te slaan.
Als ik op het punt sta het station in te lopen kijk ik op de klok en constateer dat ik maar liefst 5 kwartier te vroeg ben! Eigen schuld natuurlijk; ik heb de wekker een uur te vroeg gezet. Helaas blijkt er geen vroegere trein te rijden, dus ik zal moeten wachten. Ik ga op een bankje zitten lezen en kom om 8:45 uur terug op het station. Daar staat op het vertrekbord nog geen spoornummer achter mijn trein van 9:15 uur naar Narbonne genoemd, maar wel het woord ‘supprime’. Zoals u (inmiddels) wellicht weet is mijn kennis van de Franse taal zeer slecht, dus ik duik direct in mijn taalgidsje. Maar daar staat het woord niet in. Als ik verschillende mensen het woord hoor voorlezen en vervolgens geïrriteerd naar de informatiebalie zie lopen, begint ik argwaan te krijgen. Dat wordt bevestigd als om 9:00 mijn trein geheel van het bord verdwijnt. Ik sluit achteraan in de rij voor de informatiebalie. Als ik bijna aan de beurt ben komt er een personeelslid de stationshal ingestormd, steekt een (voor mij onbegrijpelijk) verhaal af en roept daarmee de toorn van de omstanders over zich uit. Waarschijnlijk ging het verhaal over de uitgevallen trein, want ik hoor hem regelmatig dat vervloekte woord ‘supprime’ gebruiken, vaak gevolgd door het woord ‘bus’. De man achter de informatiebalie bevestigd dit en legt me in prima Engels uit wat er aan de hand is. De trein kon blijkbaar niet komen en als alternatief biedt hij een bus aan die om dezelfde tijd zal vertrekken naar Nimes. Daar zou ik een trein kunnen nemen naar Toulouse. Helaas loopt het anders. De bushalte zou vlak naast het station zijn, maar behalve een grote groep mensen zie ik niets wat op een bushalte lijkt. Navraag bij de menigte bevestigd echter dat ik op de goede plaats ben. Helaas is de bus maar liefst drie kwartier te laat. Tegen die tijd is de menigte zo groot geworden, met zoveel bagage, dat dit onmogelijk in een bus past. Zodra de bus zijn deuren opent wordt deze dus bestormd door de menigte. De chauffeur weet zich te redden door te vertellen dat zijn bus eerst een andere bestemming heeft en die passagiers dus voorrang krijgen. Maar er zou nog een bus komen, direct naar Nimes. En die kwam inderdaad. In mum van tijd stroomt de toerbus vol en sta ik opgestapeld in het gangpad. Die loopt echter al gauw weer leeg en nieuwsgierig geworden volg ik mijn lotgenoten naar buiten. Er blijkt nóg een (derde) bus te zijn gearriveerd die naar Nimes gaat. In recordtijd sleur ik mijn rugtas uit het laadruim van de tweede bus en prop hem in dat van de derde. Gelukkig had deze bus wel zitplek genoeg, dus als de bus eindelijk wegrijd, kan ik redelijk comfortabel zitten. Maar met een klein uur vertraging heb ik geen flauw idee of ik mijn aansluiting naar Toulouse om 11:00 uur nog ga halen.
Wonderbaarlijk genoeg stopt de bus om 10:50 voor het station van Nimes. Opgelucht ren ik met mijn tassen naar binnen. Maar daar staat mijn trein in het geheel niet aangegeven op het vertrekbord. En geen informatiebalie te zien. Er staat wel een trein van 11:03 met 50 minuten vertraging naar Toulouse genoemd, maar met een geheel ander treinnummer. Bij gebrek aan andere opties loop ik naar het betreffende spoor. Daar zie ik een heel andere trein aangekondigd staan: de 10:25 naar Toulouse van een andere maatschappij, met 40 minuten vertraging. Ook vindt ik een informatiebalie, maar de dame kan geen woord Engels. Met het nodige hand- en voetwerk leg ik de situatie uit en ze bevestigd me dat ik met mijn ticket ook in deze trein kan. Maar als de trein even later binnen rijdt en ik instap, blijkt reservering verplicht te zijn. Ik stap dus weer uit en vraag aan een conducteur om raad. Hij kijkt me moeilijk aan en gaat er vandoor met mijn ticket. Ik volg hem op de voet en even later staat de man met een collega te overleggen. Die geeft me mijn ticket terug en maakt me zonder woorden duidelijk dat ik in kan stappen, maar dan wel NU. Dat laat ik me geen twee keer zeggen.
Aan boord staat een uiterst vriendelijke dame me te woord in verstaanbaar Engels. Ze legt uit dat ik uit coulance mee mag, gezien de vele problemen op het spoor vandaag. Ik mag op een vrije plek in de tweede klas plaatsnemen, maar als iemand de plaats claimt, moet ik verhuizen. Dat lijkt me niet meer dan redelijk en er is plek genoeg op dat moment. Bij de eerste de beste halte gaat het echter al mis: de trein stroomt vol en hoewel ik nog steeds kan zitten, moet ik mijn vierzitter delen met een tamelijk irritante man en twee jengelende kinderen. Ik kan mijn benen onmogelijk kwijt, dus zit ik noodgedwongen zijwaarts. Geen prettige zithouding, zeker niet voor een rit van 2,5 uur! Daarbij kwam dat ik ieder station praat moest zijn om te verkassen, wat gelukkig uiteindelijk niet nodig was.
Enigszins gebroken, maar met verrassend weinig vertraging arriveer ik op Gare Toulouse Matabiau. De oorspronkelijk geplande aankomsttijd (via Narbonne) was 13:42 uur en het was 14:15 uur bij aankomst. Deze aanzienlijk snellere trein had mijn enorme vertraging dus aardig weten te verkleinen.
Opgelucht zoek ik het hotel op, wat vrij makkelijk gaat. Inchecken verloopt probleemloos en de kamer is wat klein, maar heel erg netjes en schoon. Een minibar, thee/koffie faciliteiten en airco ontbreken, maar dat is geen groot gemis.
Om een uur of 15:00 loop ik in de richting van Museé Georges Labit. Wat ik van Toulouse zie is niet indrukwekkend. Afgezien van de bouwstijl doet de stad me erg aan Den Haag denken, maar ik kan niet goed uitleggen waarom. Het museum staat goed verborgen achter bomen, wat best jammer is, want het is een schitterend bouwwerk in een typisch oriëntaalse en kleurrijke bouwstijl.
Even brengt de caissière me van mijn stuk als ze me herhaaldelijk lijkt te vertellen dat ze vroeger gedanst heeft. Als ze na 5 pogingen uiteindelijk een ingeving krijgt vindt ze het juiste Engelse woord. Het blijkt dat ze me vroeg of ik in het bezit ben van een studentenpas! Een hoop gegiechel en drie euro later sta ik in het museum in de Aziatische collectie. Leuk om te zien, maar het echte werk staat een verdieping lager. Twee ruimtes zijn daar gewijd aan Egyptische oudheden. Denk dan aan: twee houten, Middenrijks beeldjes, een houten, Middenrijks modelschip, een tiental stèles, ruwweg 20 bronzen beeldjes, een stuk of 50 amuletten, een prachtig serpentijnen priesterhoofdje, het verplichte vaatwerk, een indrukwekkende collectie sjabtiebeeldjes, twee Late Tijd mummiekisten, een Midden Rijks mummiekist, een schitterend bewaard gebleven Ptolemaeïsch dodenboek, een stel kanopenkruiken en een Saïtische mummie. Aanzienlijk meer dan ik verwacht had! Mocht u in de buurt zijn van Toulouse, kom dan zeker een kijkje nemen in dit museum.
Rond 17:00 uur sta ik weer buiten, struin wat door een nabijgelegen park, koop een nieuwe zonnebril (oude is vandaag natuurlijk kapot gegaan) en keer terug naar het hotel. Daarmee is een einde gekomen aan mijn museumreis door Frankrijk! Mijn reis is echter nog niet ten einde. Morgen reis ik nog 2,5 uur door met de trein, waar ik wordt opgewacht door mijn oudste zus. Bij haar thuis vier ik de komende week mijn allereerste, echte vakantie. Maar daar zal ik u niet mee lastig vallen…
|