|
De nachtrust, opstaan en uitchecken verlopen zonder problemen. Maar als ik buiten stap, voltrekt zich toch iets onverwachts voor mijn ogen: het regent! Terwijl het de afgelopen 2 dagen stralend zonnig weer is geweest. En natuurlijk was dit de eerste keer dat ik mijn paraplu niet in de aanslag had. Gelukkig regende het niet hard en door de warmte werd je eigenlijk nauwelijks nat.
De trein vertrok wederom stipt op tijd en ik ben verbaasd dat mijn coupe zo goed als leeg is. Bij zo’n reguliere (stop)trein had ik dat niet verwacht. Ook op de tussenstations stapte maar nauwelijks mensen in of uit. Het maakte de rit wat saai, maar wel heerlijk rustig. En aan het schitterende, steeds bergachtiger wordende landschap heeft een mens genoeg afleiding. Met slechts 3 minuten vertraging rolt de trein om 12:00 precies het station Avignon Centre binnen.
Wat direct opvalt bij het verlaten van het station is de grote stadsmuur die het oude centrum blijkbaar nog steeds (grotendeels) omhult. Het hotel is in mum van tijd gevonden: vanaf het station gewoon alsmaar rechtdoor. Ik ben bijna 2 uur te vroeg om in te checken, maar mijn kamer is volgens de zeer vriendelijke receptionist al wel klaar. Helaas blijkt dan dat hij me geen sleutel kan geven omdat een monteur daar nog mee bezig is. Gelukkig kan ik wel vast mijn grote tas in het hotel achterlaten.
Met de belofte op zak om om 13:00 wel mijn kamer in te kunnen, besluit ik intussen de stad te verkennen. Wat een schitterende, Middeleeuwse architectuur. Vanaf de hooggelegen tuin die naast het Pauselijk Paleis ligt, heeft men een fantastisch uitzicht over de Rhône en het omliggende gebied. Het centrum van de stad is grotendeels autovrij en rijkelijk voorzien van winkels, cafés, restaurants, straatartiesten, bedelaars en toeristen. Ik hoor angstaanjagend veel Nederlands, Vlaams en Duits praten om me heen. Volgens de receptionist komt dat, omdat er een groot internationaal ecologie congres gaande is, maar hoewel dat inderdaad het geval blijkt, kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat het hier anders ook wel vergeven is van de Nederlanders, Belgen en Duitsers. Het maakt verder niet uit, want de sfeer is erg gemoedelijk.
Terug in het hotel ligt mijn kamersleutel klaar. Men dient hier wel vooraf te betalen en krijgt de afstandsbediening van de airco mee met het vriendelijke verzoek deze bij uitchecken weer af te geven. Het hotel heeft geen lift; gelukkig zit ik op de tweede verdieping. De kamer is erg eenvoudig (geen minibar, een tv met een kleiner scherm dan mijn notebook, geen kluis, geen koffie/thee, slecht bed, etc.), maar is wel netjes en schoon genoeg. Men betaald dan ook vooral voor de ligging: midden in het hart van Avignon. En daar was het me dan ook om te doen voor deze ene nacht.
Even voor 14:00 sta ik voor Museé Calvet, dat ieder moment weer open kan gaan na de lunchsluiting. Maar terwijl ik sta te wachten lees ik een bordje naast de ingang en loop daarop meteen weer weg. Tijdens mijn vooronderzoek thuis was al naar voren gekomen dat Calvet eigenlijk een museum voor Moderne Kunst is en dat de antiquiteiten in een apart gebouw zijn ondergebracht. Het bordje bij de ingang maakte me echter pas duidelijk dat dit gebouw elders in Avignon te vinden is. Namelijk pal naast mijn hotel! Het gebouw in kwestie is echter een afgedankte kerk, dus was het me in het voorbij gaan niet opgevallen dat het nu een museum is. Als ik de kerk in wil lopen wordt ik aangesproken door een dame die op de drempel staat te roken, Ze vraagt wat ik kom doen en als ik zeg dat ik het museum wil bezoeken, kijkt ze me wat verbaasd aan en snelt naar binnen. Voorzichtig loop ik haar achterna. Eenmaal binnen blijkt ze de caissière te zijn. En ik de enige bezoeker. Voor slechts € 2 aanschouw ik eerst vluchtig de Griekse, Etruskische en Romeinse voorwerpen, maar uiteindelijk ook de niet te verwaarlozen Egyptische collectie. Het is een allegaartje aan voorwerpen, maar de dateren uit het Nieuwe Rijk en zijn afkomstig uit Saqqara en Thebe, hoewel in veel gevallen de herkomst onzeker of geheel onbekend is. Ik schat dat er zo’n 50 voorwerpen te zien zijn, waaronder albasten potjes, kalkstenen stèles en bronzen beeldjes. Bijzondere stukken zijn er ook. Zo is daar ondermeer een mooie stèle waarvan de kleuren nog deels intact zijn, een schitterende houten sjabtie, die eveneens nog kleurrijk beschilderd is, een fraai muurfragment uit een Thebaans edelengraf en een intrigerende albasten nijlpaard. Al met al een bezienswaardige collectie!
Het is redelijk laat om het Pauselijk Paleis nog te gaan bezichtigen, dus verken ik de stad verder. De avondmaaltijd valt wat tegen door een waardeloze bediening, maar het eten smaakt gelukkig zeker niet slecht.
Morgen reis ik alweer door naar de laatste Egyptologische bestemming van deze reis: Toulouse. Daar wil ik Museé Georges Labit gaan bezoeken. Hoewel Toulouse in verhouding tot Parijs-Lyon en Lyon-Avignon vrij dicht bij Avignon ligt, wordt dit de langste rit tot dusver: een kleine 4,5 uur. Dat heeft te maken met de overstap van 40 minuten, maar vooral met de relatief trage treinen die ik blijkbaar moet nemen. We gaan het zien morgen!
|