|
Na een uitstekende nachtrust wordt ik bijzonder uitgerust wakker. De koorts is gezakt en al wat rest is een hoop gesnotter. Het ontbijt smaakt me goed en hoewel het even zoeken was, ben ik in no time en ruim op tijd met de metro op station Gare de Lyon. De trein komt en vertrekt keurig op tijd. In mijn comfortabele eerste klas stoel geniet ik van het voorbij flitsende landschap en de steeds blauwer wordende lucht. Voor ik het goed en wel door heb, ben ik al in Lyon (slechts 2 uur reizen vanaf Parijs!). Als de trein tot stilstand komt, zie ik dat dit wederom exact op tijd is. Geen geringe prestatie over zo’n afstand. Het weer in Lyon is uitbundig zonnig en met 28 graden heerlijk vertoeven (bij sommigen onder u zal dit wellicht een verbaasde reactie oproepen, maar sinds afgelopen winter ben ik het warme zonnetje steeds beter gaan waarderen!).
Het hotel laat inchecken pas om 14:00 toe en het is 12:30 als ik langs de Rhône sta, vlakbij mijn hotel. Ik nuttig in alle rust een bescheiden lunch op een muurtje langs de Rhône, terwijl ik geniet van het uitzicht. Iets over 13:00 uur stap ik het hotel binnen, waar ik gelukkig toch al in kan checken. Mijn hotelkamer kost normaal € 130 per nacht (via internet voor halve prijs kunnen boeken) en ik mag dan ook wel wat verwachten. De kamer is vrij groot (zeker in vergelijking met de luxe bezemkast in Parijs) en erg schoon en netjes, maar € 130 zie ik er toch niet helemaal aan af.
Ontdaan van mijn grote, zware rugtas, zet ik bijna lichtvoetig koers naar Museé des Beaux-Arts op minder dan een half uur lopen. De Egyptische collectie is redelijk uitgebreid (vergelijkbaar met het Allard Pierson Museum in Amsterdam), en er zijn enkele opmerkelijke stukken van bijzondere locaties te zien. Wat bijvoorbeeld te denken van een bijna complete pyloonpoort uit Medamoed? Of vele reliëfblokken uit Koptos? Daarnaast zijn voorwerpen uit bijna alle periodes van de faraonische geschiedenis te vinden en op allerlei gebieden. Van alledaagse voorwerpen tot funeraire kunst. De displays zijn erg modern en veel voorwerpen zijn zonder glas ervoor te zien, wat kijken en fotograferen zonder hinderlijke reflecties een stuk gemakkelijker maakt. Helaas heeft de tentoonstelling een zeer groot manco: gebrek aan licht. Dit zie je steeds vaker in moderne displays, maar dit was echt belachelijk. In de ruimte met funeraire objecten is het zo donker dat je zelfs na gewenning van de ogen moet opletten waar je loopt en zelfs de nummers bij vele voorwerpen vrijwel niet te zien zijn, laat staan de voorwerpen zelf! Een zeer groot en onbegrijpelijk gemis voor zo’n mooie collectie. De beperkte en sterk verouderde displays van het Petrie museum in Londen zijn ook tamelijk donker, maar daar kan men een zaklamp lenen om de voorwerpen alsnog goed te kunnen zien. Wellicht een idee voor Museé des Beaux-Arts?
Terwijl ik ook de rest van het museum vluchtig bekijk valt mijn oog door een raam op een plein met een mooie fontein en vele terrasjes. Hierop zet ik (geheel tegen mijn gewoonte in) schaamteloos koers naar de uitgang en niet veel later zit ik in het zonnetje te genieten van een glas ijskoude jus d’orange. Als de klok de 18:00 uur nadert loop ik terug naar het hotel. Het diner (in de vorm van de grootste bak sla die ik ooit geserveerd heb zien worden en een verrukkelijke chocolat mousse) nuttig ik op een ander terras.
Voldaan loop ik in het avondschemer terug naar het hotel. Het enige smetje op deze verder uitstekende dag is een zakelijk mailtje waar ik die avond wel op moest antwoorden om grote problemen in een lang lopend project te voorkomen.
Morgen is een rustdag, waarbij ik voornemens ben de Gallo-Romeinse opgravingen in het westen van Lyon te bezoeken. Weer eens iets anders!
|