|
Of het de beginnende verkoudheid, de vreemde omgeving, de hitte of de vermoeidheid was weet ik niet, maar ik heb afgelopen nacht slecht geslapen. Ik was dan ook voor de wekker op. Gedurende de nacht was het erg warm (kan Egypte maar nauwelijks aan tippen!), maar vandaag belooft het een stuk koeler te worden. Het heeft vandaag dan ook regelmatig geregend. Het dure, doch karige hotelontbijt laat ik links liggen en als ik naar buiten stap, ga ik eerst op zoek naar een boulangerie o.i.d. Die vind ik niet, maar wel een klein zaakje waar ze allerlei ontbijtwaren verkopen. Ik scoor een croissant, een scone, een bekertje met verdraait lekkere yoghurt en een leuk (Engelstalig) praatje met de caissière, die zelf net terug blijkt van vakantie.
Het is 8:30 en het museum gaat pas om 9:00 uur open, dus ik wandel al etend de prachtige tuinen van het Louvre in. Als het zachtjes begin te regenen en het bijna 9:00 uur is begeef ik me naar de ingang van het museum. Daar aangekomen slaat de schrik me om het hart, want voor de piramide staat al een gigantische rij. En dat op maandagochtend vroeg… Ik sluit aan en achter mij verdubbeld de rij in een kwestie van minuten! Toch ben ik nog verrassend snel binnen (9:15). Omdat ik verder ging waar ik gisteren gebleven was (in de hal met de grote zuilen en beelden uit o.a. Boebastis) ben ik de drukte een beetje voor en weet zowaar enkele foto’s zonder mensen te schieten. Maar deze pret duurt niet lang, want nog voor de klok 10 uur slaat ben ik omsingeld door horden mensen.
Tegen lunchtijd ben ik klaar met de Egypte collectie op de begane grond en begeef mij naar de centrale hal om een lunch te scoren. Dat is geen probleem, maar een vrij plekje vinden om deze te verorberen bleek een schier onmogelijke opgave. Ik weet nog een paar vrije vierkante centimeters op een bankje te vinden en geniet van het mensen kijken. Grote groepen Chinezen met een gids met paraplu in de lucht en allemaal plugjes in de oren van het audiosysteem. Kleine groepjes Polen, Duitsers en Spanjaarden, meestal in familieverband. Nederlandse en Franse stelletjes, etc.
Een korte speurtocht na de lunch levert helaas geen Engelstalige versie van de catalogus van de Meroë tentoonstelling op, dus koop ik de Franse. Ik kan altijd nog plaatjes kijken, is mijn redenering…
Op naar de eerste verdieping voor de chronologische Egypte collectie. Daar blijkt het zowaar nóg drukker dan op de begane grond en mijn poging tegen de looprichting in te lopen om de ergste drukte te vermijden blijkt volkomen zinloos. Toch heeft het wel wat om van de Ptolemeaën naar de ‘dierenkoningen’ van het ontstaan van het Egyptische rijk te lopen.
Het mag (inmiddels) geen geheim zijn dat ik niet dol ben op mensenmenigten, maar de enorme hoeveelheden mensen die hier liepen te stampen, flitsen, gillen, rennen en vernielen werden me zo nu en dan echt even teveel. De suppoosten leken meer geïnteresseerd in een onderling babbeltje of een kruiswoordpuzzel.
Nadat ik de schitterende vuurstenen dolk met ivoren handvat aan het begin van de chronologische collectie heb bewonderd, nuttig ik een drankje en ga op zoek naar het astronomisch plafond van Dendera, die ik blijkbaar onderweg gemist heb. Even Egypte-moe besluit ik daarop om ook de rest van het museum eens te gaan verkennen en ontdek delen van het pand die ik nog nooit gezien heb. De Mona Lisa ontwijk ik bewust, om de mensendrommen daar te ontlopen, maar als ik per ongeluk tegen een ander beroemd beeld aan loop (ben de naam even kwijt; groot gevleugeld beeld zonder hoofd) moet ik toch even op de tanden bijten en me een weg banen door de menigte. Een cultuurgeïnteresseerd mens kan makkelijk een week ronddolen in dit immense museum. Maar daarmee vertel ik u waarschijnlijk niets nieuws!
Als ik even naar buiten kijk en de zon uitbundig zie schijnen besluit ik een eind aan mijn bezoek aan het Louvre te breien en niet veel later sta ik buiten. Behalve de grote binnenplaats van het Sully paviljoen loop ik wederom de tuinen in. Ook daar kan ik inmiddels over de hoofden lopen. Maar het aanblik van de obelisk op Place de la Concorde in de verte moedigt mij toch aan om door te lopen. Gek genoeg heb ik deze obelisk nooit in direct zonlicht gezien en als ik er vlakbij sta, valt mij de schittering van de goudgele punt pas goed op.
Het loopt inmiddels tegen 6 uur en ik begeef me richting hotel. Mijn hoop onderweg tegen een supermarché aan te lopen blijkt vergeefs, maar niet rampzalig. Ik diner bij een café die letterlijk op de hoek zit. De avond verloopt zonder opmerkzame gebeurtenissen.
Morgen kan ik uitslapen, want op dinsdag zijn bijna alle musea dicht. Het museum Rodin is gelukkig de uitzondering, maar ik verwacht hier geen volle dag voor nodig te hebben. Mooie kans om weer iets van Parijs te zien.
|