Wie Thot heuvel wil beklimmen, kan maar beter vroeg opstaan. Er is geen schaduw langs de route en het kan erg warm worden, wat verergerd wordt door de fysieke inspanning van het klimmen. Eenmaal aan de top blijken de ruïnes klein en ongedecoreerd.

Is het de klim dan wel waard, vraagt u zich wellicht af? Ondergetekende kan u uit eigen ervaring vertellen dat alleen al het uitzicht en de rust, weg van de toeristische monumenten, voldoende beloning zijn.
Maar wat is Thot heuvel eigenlijk? Hoe komt deze aan zijn naam? En wat is er precies te zien op deze Thebaanse heuvel? Allemaal vragen die in deze fotoreportage aan bod zullen komen.
Op afbeelding 1 ziet u de locatie van Thot heuvel, in het uiterste noorden van de Thebaanse regio. Een wandeling naar Thot heuvel is het beste te ondernemen vanuit New Qurna, het nieuwe dorp waar de bewoners van Sjeich Adb el-Qoerna en omliggende gebieden naar zijn verhuisd door de Egyptische autoriteiten, om de faraonische graven onder de oude huizen bloot te leggen.

Afbeelding 1: Luchtfoto van Thebe met locatie van de Thot heuvel in het noorden
Thot heuvel biedt een fantastisch uitzicht (afbeelding 2 en 7) over de Thebaanse heuvels, met in het bijzonder natuurlijk el-Qoern, ‘De Hoorn’ (ook wel 'De Piek'), de hoogste heuvel in de omgeving met aan diens voeten de Thebaanse necropool (afbeelding 2).

Afbeelding 2: Uitzicht vanaf de Thot heuvel op het Dal der Koningen (linksmidden) en el-Qoern (rechtsboven)
De naam Thot heuvel is misleidend, omdat de heuvel niets met de Egyptische schrijversgod te maken heeft. Toen Flinders Petrie in 1909 onderzoek deed naar de tempelruïnes op deze heuvel, trof hij vele fragmenten van een drietal baviaanbeelden aan, waaruit Gaston Maspero concludeerde dat de voornaamste tempel gewijd was aan Thot. Later onderzoek toonde echter aan dat de tempel gewijd was aan Horus. Zoals wel vaker gebeurt, bleef de naam Thot desalniettemin onlosmakelijk verbonden aan de heuvel.
Moderne Thebanen noemen Thot Heuvel ook wel de ’Kroon van Thebe’.
Pas in 1904 ontdekte George Sweinfurt de ruïnes op Thot heuvel. Petrie’s onderzoek in 1909 duurde maar enkele dagen en was niet erg grondig. Daarna bleef het lange tijd stil op de heuvel. Pas vanaf 1995 tot 1998 is er grondig onderzoek verricht naar de ruïnes, door een Hongaarse expeditie van de Eotvos Lorand Universiteit, onder leiding van Gyözo Vörös.
De monumenten op Thot heuvel bestaan uit drie complexen. Een archaïsche tempel, die pas in 1996 werd ontdekt en het oudst bekende monument op de Thebaanse westoever is. Bovenop de resten van deze tempel bevindt zich een tempel voor Horus, gebouwd in de 11e dynastie. Tot slot bevinden zich aan de noordwestkant van de heuveltop de resten van een Hebsed complex uit dezelfde periode.

Van de kleine, archaïsche tempel is vrijwel niets meer over. Het tempeltje was opgetrokken uit steen en had een vergelijkbaar grondplan met het Middenrijks bouwwerk er bovenop. Uitzondering hierop is dat de naos slechts uit één ruimte bestond, terwijl de Middenrijks naos er drie had. Opvallend is dat de archaïsche tempel een pyloon lijkt te hebben gehad, wat uniek is voor tempels uit die periode (ca. 3000 v.Chr.). Een ander opvallend detail is de oriëntering van de tempelas, die ca. 2 graden naar het zuiden afwijkt ten opzichte van de Middenrijks tempel. Deze afwijking vormt een sterk argument voor de theorie dat Egyptische tempels georiënteerd waren op de heliakische opkomst van de ster Sirius. Rond 3000 v.Chr., toen de tempel vermoedelijk gebouwd werd, stond Sirius inderdaad 2 graden meer naar het zuiden in vergelijking met het Middenrijk (afbeelding 3). Sirius werd soms geassocieerd met Horus, wat doet vermoeden dat in deze tempel Horus vereerd werd. Het feit dat dit vrijwel zeker het geval was voor de latere tempel, versterkt dit vermoeden.
In de tempel zijn cilindrische vazen en rechthoekige schalen gevonden die op stilistische gronden gedateerd worden tot de archaïsche periode.

Afbeelding 3: Verschil in oriëntatie tussen de archaïsche tempel (rechter rode lijn) en Middenrijks tempel (linker rode lijn)
De Horustempel van Sanchkare Mentoehotep (vaak geïdentificeerd als Mentoehotep III) uit de 11e dynastie is, zoals gezegd, bovenop de ruïnes van de archaïsche tempel gebouwd. Petrie beschreef dit bouwwerk als een Hebsed complex, maar vergiste zich met het bouwwerk ten noordwesten van de tempel. De tempel is opgetrokken uit tichelsteen en bestond ruwweg uit een stel pylonen, een omheiningmuur, een open zaal (afbeelding 9) en een naos met drie ruimtes. De vloeren waren gepleisterd. De Hongaarse expeditie trof bij de opgravingen stichtingsdepots aan met onder andere fragmenten van een stichtingstekst. Tevens werden fragmenten van kalkstenen deurstijlen gevonden, voorzien van een tekst die als volgt luidt: “Horus die zorgt dat de Twee Landen leven, Hij van de Twee Godinnen, die zorgt dat de Twee Landen Leven. De vredige Gouden Horus, Koning van Opper en Neder Egypte, Sanchkare. Zoon van Ra Montoehotep, gegeven leven. Hij maakte dit als een monument voor Horus, dat hij (Horus) hem (Mentoehotep) leven mag geven, zoals Ra voor eeuwig.”
Een andere deurstijl bevatte een hiëratische graffito die er op wijst dat de tempel zwaar beschadigd raakte door een aardbeving voor het einde van de 11e dynastie.
De stichtingsdepots, in elke hoek van de tempel één, bevatte tevens aardewerken dierfiguren, resten van dieroffers en albasten vazen en schalen.
Restanten van het witte pleister dat op de tichelstenen muren van de tempel was aangebracht zijn hier en daar nog te zien, met name onderin (afbeelding 4).

Afbeelding 4: Restanten van pleisterwerk onderaan de tichelstenen muren. Op de voorgrond een moderne, Arabische tekst, gemaakt met losse tichelstenen
Over het zogenaamde Hebsed complex dat zich op ca. 100 meter ten noordoosten van de Horustempel bevindt is zeer weinig bekend. Het bouwwerk meet 21 m bij 12 m en is opgetrokken uit tichelsteen, waarvan nu alleen nog de contouren zichtbaar zijn (afbeelding 5). Van de houten zuilen en het dak zijn niets meer over dan enkele splinters enkele stenen zuilbases. Gyözö Vörös ziet in het grondplan een verband met het Hebsed-ritueel maar verdere aanwijzingen in die richting ontbreken. Vondsten in het complex duiden wel zeer sterk op de regeringsperiode van Sanchkare Mentoehotep.

Afbeelding 5: Schamele restanten van het zgn. Hebsed complex van Mentoehotep III.
Aan de zuidoostzijde van de Horustempel bevinden zich twee raadselachtige podia (afbeelding 6), bestaande uit tichelstenen. Mogelijk is dit een modern verschijnsel, omdat informatie hierover ontbreekt. Her en der verspreid zijn met losse tichelstenen Arabische teksten op de grond geschreven, zoals op afbeelding 4 en 9.

Afbeelding 6: Raadselachtige tichelstenen podia
Thot heuvel wordt maar zelden bezocht door toeristen, hoewel het vrij toegankelijk is. Wie zich aan een bezoek wil wagen, heeft de keuze tussen twee routes. Eén start in het Dal der Koningen, loopt om het Westelijke Dal heen en bereikt met een grote bocht Thot heuvel vanaf de noordwestzijde. Nadelen van deze route zijn de enorme omweg, de onduidelijke looprichting en het feit dat beklimmingen vanuit het Dal der Koningen tegenwoordig vaak niet zijn toegestaan. Voordelen zijn dat het een flauwe klim is met veel mooie uitzichten op het Dal der Koningen. De tweede route start aan de noordwestzijde van New Qurna, waar zich nu een vuilnisbelt bevindt. Wie van daaruit naar het noorden loopt, ziet na ca. 20 min. een drietal grote steenblokken langs het begin van een pad liggen. Dat pad leidt recht naar de top van Thot heuvel. Nadeel van deze route is de soms zeer steile en tamelijk gevaarlijke klim. Voordelen zijn de relatief goede toegankelijkheid en het feit dat dit de kortste en snelste route is.

Afbeelding 7: Uitzicht vanaf Thot heuvel

Afbeelding 8: Luchtfoto van de monumenten op Thot heuvel. Rechtsonder de Horustempels en linksboven het Hebsed complex
In het boek Egyptian Temple Architecture: 100 Years of Hungarian Excavations in Egypt (1907-2007) van Gyözö Vörös vindt u meer informatie over de fascinerende bouwwerken op Thot heuvel.

Afbeelding 9: Open zaal van de Horustempel uit de 11e dynastie. Rechts de toegang tot de naos